De geschiedenis van de Stadsschouwburg

No items found.

De Stadsschouwburg heeft een roerige geschiedenis. Voordat het huidige gebouw er stond, is het wel tot twee keer toe afgebrand. 

Al aan het eind van de 15e eeuw had Amsterdam behoefte aan theater: de eerste theatergroepen verschenen. En in 1638 werd het eerste theater, in een houten gebouw, op de Keizersgracht geopend. Later werd op dezelfde plek het eerste bakstenen Amsterdamse stadstheater gebouwd. In 1772 brandde het stadstheater tot de grond toe af. Het grote aantal kaarsen, in die tijd de enige lichtbron, op het toneel had ervoor gezorgd dat de gordijnen in de fik vlogen. Er vielen negentien doden. 

In 1774 werd de nieuwe schouwburg aan het Leidseplein geopend; De Stadsschouwburg. Ook dit theater begon eerst als ‘houten kast'. Om geluidsoverlast van paarden en koetsen op het drukke plein te voorkomen, werd het theater 100 jaar later van een stenen buitenmuur voorzien. 

Maar ook deze schouwburg ging in vlammen op. Een vuurwerkshow op het Leidseplein in 1890 zorgde voor een enorme brand in het theater. 

De Koninklijke Vereeniging ‘Het Nederlandsch Toneel’ vond dat een stad met enig aanzien een eigen schouwburg hoorde te hebben. Gefinancierd door rijke Amsterdammers, namen zij het initiatief tot herbouw. In 1894 werd de nieuwe Stadsschouwburg Amsterdam op het Leidseplein geopend. 

Hoewel het gebouw sindsdien niet meer veranderd is, zijn de gebruiken dat wel. Zo had vroeger iedere bevolkingsgroep zijn eigen ingang en plek in de zaal. De hoofdingang was, je raadt het misschien al, voor het rijke publiek. De koetsen werden hier zelfs voorgereden. En de twee ingangen daaromheen waren bestemd voor het minder rijke publiek. Via deze weg kwamen gasten bij het tweede en derde balkon, dat uitsluitend houten stoelen en staplaatsen had.

Tekst:

Mara Giamboi

13

June 2024

Beeld: